Hou je blokhaaks.

Dat was wat een van mijn collega’s vanochtend tegen mij zei op een Facebook pagina speciaal voor goudsmeden en vakgenoten. Ik betrapte mijzelf erop dat ik hardop zat te gniffelen. Ik ben namelijk gek op woordgrapjes (mijn eigen wederhelft is hier koning in en ik krijg ze dan ook al dik 13 jaar naar mijn hoofd geslingerd). Maar goed, ik moest er natuurlijk ook even over nadenken, over ‘hou je blokhaaks’. Want in deze tijden van corona en onzekerheid zijn er veel collega’s tegen wie ik dat zou willen zeggen. Een zin met een vleugje vak gerelateerd humor, maar wel met een serieuze boodschap. En Bah, wat is het toch een ontzettend vreselijk groot “piep” virus (de piep graag naar eigen behoefte invullen…). Maar we houden de humor er in, ook onder de vakgenoten!

We gaan door.

De reden van de ‘gehaakte’ opmerking van mijn collega was vanwege het feit dat ik in mijn hoofd bezig ben met het bedenken van een blog. Een blog over dit prachtige ambacht en wees gewaarschuwd, ik ga dat in mijn komende blogs nog wel een paar keer roepen mensen! Ik had in die Facebook groep namelijk gevraagd om namen te noemen voor gereedschappen waarvan wij allemaal weten wat het is. Maar waardoor er bij een leek tenminste een wenkbrauw omhoog gaat en met een beetje mazzel zie je ze allebei verschuiven = BINGO.

Ik maak weer even een sprongetje naar 2 weken geleden en semi pre corona. Ik was namelijk 1 hele week in Gelderland bij mijn zeer gewaardeerde collega André in Breedenbroek (of all places). En daar was ik niet alleen op cursus, maar met 3 fantastisch leuke collega’s: Aletta Teunen, Natalie Hoogeveen en Barbara van Schajik (ik moet stiekem alweer hardop lachen als ik dit zit te typen, wat hebben we een lol gehad). Ik was namelijk met die collega’s, in Breedenbroek op een zogenoemde zetcursus. Een wat? Een zetcursus, om edelstenen te leren (vast)zetten in edelmetaal. Nu hoor ik velen van jullie denken: ja maar Sarah, dat kan jij toch al? Ja, dat kan ik. Maar er zijn echt zoveel verschillende manieren om edelstenen te zetten in een sieraad. Daarvoor alleen al heb ik genoeg voer voor een en misschien wel 2 blogs!

Vaktermen.

Enfin, ik was dus een week op zetcursus en wat heb ik ontzettend veel geleerd in die 5 dagen, dat ik van 9.00u tot 17.00u achter ‘mijn’ stavelij (werkbank voor goudsmeden) heb gezeten. Weet je wat nou het meest fijne was van alles: ik hoefde niet een keer uit te leggen wat ik bedoelde wanneer we het over een bepaalde techniek, met bijbehorende benamingen hadden. Het was zo fijn om gewoon in vakjargon te kunnen praten en zelf nieuwe dingen en technieken te leren, zonder dat er bij iemand zo’n dwars behaarde baan de hoogte in schoot. Neem bijvoorbeeld een greinendraaier… onmisbaar bij het uitvoeren van een bepaalde zettechniek. Het is een rond stukje gehard staal, met een spits puntje en dat puntje is dan hol. Heeft u een beeld? Zo niet dan heb ik hieronder nog een afbeelding geplaatst van een greinendraaier. We gebruiken dit stukje gereedschap om een klein stukje metaal aan te drukken/draaien en dan maak je dus een greintje/korreltje/klein bolletje mee. Die bolletjes kunnen weer dienen als zetpootjes voor het vasthouden van een edelsteen. 

Overigens heb ik in die week ook gemerkt dat je met zo’n draaier hele diepe en onbedoelde geulen in je ring kan krassen, zucht…(lees: ik schoot enorm uit) #amateur 

Op de mm.

En nog zo’n mooie: een pioentje! Dat is ook zo’n mooie benaming. Dat is namelijk hoe we het kleine stukje soldeer noemen nadat we het hebben afgeknipt van een grotere strip soldeer. Vraag mij niet waarom (hoewel ik er wel erg benieuwd naar ben). Maar goed, even voor het beeld: je neemt dus een grotere strip soldeer (zeg 2x4cm) en nadat je daar een klein stukje hebt afgeknipt (met een plaatschaar bijvoorbeeld) noemen wij het een pioentje (zeg: 1x1mm). Tadaaa.

De vele vak gerelateerde benamingen vlogen mij vanochtend om de oren, nadat ik de vraag had geplaatst op die ene Facebookpagina. En er zijn zo ontzettend veel termen voor gereedschappen. In die ene zetweek wisten wij allemaal wat we waarmee bedoelde. En dat was fijn. 

Je bent als goudsmid nooit uitgeleerd.

Natuurlijk was die zetweek daar ook voor! Voor het leren van nieuwe technieken en manieren om edelstenen te zetten in edelmetaal. Ik heb zoveel nieuwe tips en trics geleerd van André geleerd, om edelstenen ‘kakstrak’ in een zetting te krijgen. Ook is de wensenlijst met de bekende ‘dit wil ik’ gereedschappen flink gegroeid (alleen denk ik dat ik dat voorlopig nog even op mijn buik moet schrijven). Maar wat natuurlijk het allerfijnste is van alles, ik zit met nog meer kennis achter de stavelij (die werkbank).

Vandaag overigens ook nog weer iets geleerd. Het leuke aan de vraag, die ik in die groep voor goudsmeden en vakgenoten had neergelegd, was dat er toch nog wel dingen werden geroepen waardoor ik een van mijn eigen wenkbrauwen niet kon tegenhouden en deze ‘hop’ omhoog ging. Iemand kwam namelijk met de term ‘lustige weduwe’… Ja ja, daar ga ik in een andere blog verder op in, want er zijn namelijk meer prachtige vaktermen die ik graag met jullie wil delen. Waarom? Omdat ik als vakidioot zelf graag dingen leer, maar ook graag over mijn prachtige ambacht vertel (en jullie hopelijk iets kan leren ;-))

PS: mijn computer heeft ook wenkbrauwen, in de vorm van rode strepen die ze onder de woorden zet die ze niet kent. Laten dat nou precies de woorden zijn die te maken hebben met dit prachtige ambacht, gniffel.

Sarah out, tot de volgende episode!

Dit is een setje met diverse maten greinendraaiers.

Een strip soldeer en kleinere afgeknipte ‘pioentjes’.

Samen met mijn lieve collega’s tijdens de zetweek.